ANNA CALVI
Als je de popmuziek van de laatste twintig jaar voor het witte doek zou vertalen in een western, weten wij al hoe ANNA CALVI zal geportretteerd worden. Enkele ongure types staan elkaar Charles Bronsiaans aan te staren in een Mexican standoff, het hele dorp verscholen achter vensters met enkel glas, tumbleweed vliegt voorbij en het enige geluid dat je hoort is dat van een ongure wind. Tot plots een in het zwart gehulde – tot en met stofdoek die haar gezicht half verstopt – bad girl de straat in wandelt, begeleid door het rinkelende geluid van de sporen op haar cowgirl boots. Monden vallen open, zelfs de wind houdt de adem in, alle gordijnen gaan synchroon dicht. De bandieten wandelen vervolgens fluitend maar nerveus weg, want hier zijn ze niet tegen opgewassen. Het is hetzelfde effect dat Calvi heeft op een volle concertzaal, of een festivalplein, wanneer ze op een podium wandelt en haar gitaar inplugt. Alleen zal niemand wegwandelen want via mond-aan-mond-reclame of door eerdere concerten weet je: zodra de eerste gitaaraanslag de ether vult en Calvi haar keel openzet lijkt het alsof ze een luik opentrekt en duizenden kilo’s magie naar beneden storten. Wat haar geen windeieren heeft gelegd, de platen van Calvi dingen meestal mee naar de (zeer prestigieuze) Mercury Prize in thuisland Verenigd Koninkrijk en de makers van Peaky Blinders hadden alvast genoeg vertrouwen om haar de soundtrack van seizoen 5 in handen te geven. Live speelt Calvi ondertussen in de Superleague, waar ze de présence van Nick Cave, Johnny Cash en Siouxsie Sioux combineert met scherpe indierock die blind zijn weg vindt doorheen merg en been, met vileine noise uitbarstingen en dreigende brokken emotie. Concerten van Anna Calvi beginnen vaak als rockoptreden, maar eindigen soms als een collectieve heling, ook al zijn het vooral ontelbare duivels die ontbonden worden. Zwart/wit dus, yin/yang, hard/zacht, fluister/oerkreet, lief/dreigend, Anna/Calvi, Grote/Kaai. Kom en tast toe, op vrijdag 7 augustus.