USED
Everybody wants to be the DJ, zongen die van Soulwax ooit. En waarom niet, natuurlijk. Alleen: verschillen moeten er zijn. Wij hebben niks tegen de lokale DJ Snollebolle Kenny, die de amusementswaarde van pensioenfeesten omhoog krikt en leuzen scandeert als “Changez!” en “Ik zie geen handjes in de lucht!”. Prima. Het Kempense wonderkind USED daarentegen, dat is een ander kopje thee. De vroege singles van USED (‘Better on my own’, ‘Where I belong’, ‘Red light green light’) fungeerden een beetje als soundtrack bij de collectieve mentale dreun die de lockdown was, naar aanleiding van COVID19. Telkens wij toen ons dagboek afblaften – een ander klankbord hadden we amper – uit colère over de pandemie en het eeuwige thuiszitten, zetten we één van die tracks op endless repeat en gingen we zo hard tekeer dat ook de weegschaal zich afvroeg of die lockdown geen goeie zaak was voor ons gewicht. Niet dat we nostalgie voelen naar toen, maar ‘Better on my own’ voelt na al die jaren nog steeds aan als de openingsdans van een nakende bevrijding. Wanneer de donkere stofwolken van de epidemie eindelijk werden verdreven bleek: USED is een blijver en met zijn overbeweeglijke, nerveuze stijl trekt hij ondertussen de wereld rond. Hij maakt daar nog méér straffe singles (luister wat dat betreft naar het indrukwekkende ‘You say’ uit 2023) én een heuse LP (“Night shift”, 2024), flanst lekkere remixen in elkaar (Black Eyed Peas! Kanye!), steekt een microfoon in de handen van articulatiewonder Acid om samen ‘Go Acid!’ (2022) te maken en telkens hij op de affiche van een dansfeest staat dansen honderden of duizenden twintigers de laatste restjes frustratie weg van de twee vermiste jeugdjaren 2020 en 2021. Na succesvolle shows in de AB en in de Lotto Arena is USED al lang klaar voor een upgrade: de man krijgt de taak en de eer om het publiek van Pommelien Thijs nog zotter en uitgeputter te maken dan dat het al was. Op zaterdag 1 augustus is dat. Wordt dit geweldig? Om u met de enthousiaste woorden van DJ Snollebolle Kenny te antwoorden: “Jaaaa! Hatsiekideeee!”