Het leek aanvankelijk eerder een weddenschap om een bak bier (“Wedden dat ik het kan?  Ja maar, wédden?”) dan een ernstige carrièreplanning. De Zwitser Manuel Gagneux is er echter wel degelijk in geslaagd om een brug te bouwen tussen twee absolute uitersten van het internationale muzieklandschap.   Ingenieurs zijn al maanden aan het beraadslagen over hoeveel hoeken er nu precies af zijn van die Gagneux, maar hoe de man de spirituele slavernijmuziek  van eind negentiende eeuw weet te huwen met krijsende, zenuwslopende black metal pleit toch wel in zijn voordeel.  Meer zelfs, op plaatsen waar gretig wordt gezocht naar broodnodige vernieuwing binnen de metal wordt de rode loper steevast uitgerold wanneer Gagneux langskomt.  Het dient gezegd : eens in blackmetalmodus gaat Gagneux all the way, inclusief ijselijk gegil en oorverdovende kettingzaaggitaren die zelfs in de repetitielokalen van Darkthrone of Mayhem op bewonderende knikken worden onthaald.  Wanneer dezelfde song overgaat in een slavery music-trip kun je het werk- én angstzweet (de zweep, pas op voor de zweep!) bijna ruiken, proef je het stof en aarde van de plantage in je mond en vervloek je spontaan the Lord voor je leven van hard labeur.  Gagneux gooit daar bovendien ook nog inktzwarte elektronica bovenop, hoe meer subgenres hoe meer vreugd.   Zeal & Ardor is bezig aan de ultieme Belgische triomftocht, en na Graspop en Rock Werchter zal nu ook Lokeren niet ontsnappen aan deze waanzinnige excursie naar de geniaalste uithoek van de metal.